Ik heb een drone gekocht, wat nu? Alles wat je regelt voor je eerste vlucht
Drone nog in de doos? Werk dit op volgorde af: C-klasse bepalen, registreren, exploitantnummer erop, A1/A3 halen, verzekeren, firmware en zones checken.
Je hebt een drone gekocht en wilt weten wat er nog moet gebeuren voor je opstijgt: de C-klasse van je toestel opzoeken, je registreren als exploitant, je exploitantnummer op de drone plakken, het gratis A1/A3-examen halen, een aansprakelijkheidsverzekering regelen, de firmware bijwerken, de sensoren kalibreren en pas daarna een vliegplek uitkiezen. Bij elkaar zo’n twee uur bureauwerk, en bijna alles doe je maar een keer.
Deze gids gaat over de fase tussen de aankoop en de eerste vlucht, dus over alles wat je thuis achter je scherm afhandelt. Wil je weten hoe je zelf opstijgt en landt, ga dan naar de checklist voor de vlucht. Heb je nog geen drone, begin dan bij het artikel over je eerste drone kiezen. De volgorde hieronder is de volgorde waarin het werkelijk handig is, omdat verschillende stappen op elkaar voortbouwen.
Stap 1: bepaal de C-klasse van je drone
Zoek eerst uit welke klasse je toestel draagt, voordat je je ergens registreert. Het label met C0 tot en met C6 zit op de behuizing, op de accu of in de documentatie, en staat meestal ook in de app van de fabrikant.
De klasse bepaalt alles wat daarna komt: in welke subcategorie van de open categorie je mag vliegen, hoe dicht je bij mensen mag komen en of je aanvullende bewijzen nodig hebt. Een C0-drone weegt minder dan 250 gram en geeft je de meeste vrijheid. C1 gaat over toestellen onder 900 gram met extra technische eisen. C2 maakt vliegen in subcategorie A2 mogelijk, maar vraagt een apart bewijs. C3 en C4 zijn zwaardere toestellen die beperkt zijn tot subcategorie A3, ver van mensen en bebouwing. De klassen C5 en C6 horen bij de specifieke categorie en niet bij de open categorie, dus die raken een beginner zelden.
Draagt je drone helemaal geen klasselabel, dan val je onder aparte overgangsregels die alleen naar het startgewicht kijken. Zoek dit uit voordat je een vlucht plant, want elke volgende stap hangt ervan af.
Stap 2: registreer je als exploitant
De registratie geldt voor de exploitant, dus voor jou, en niet voor een afzonderlijk toestel. Je registreert je een keer, in het land waar je woont, en het nummer dat je krijgt dekt al je drones.
In de praktijk is registratie verplicht voor vrijwel iedereen die een drone met camera heeft gekocht, ongeacht het gewicht. De uitzondering geldt alleen voor lichte toestellen zonder sensor die persoonsgegevens kan vastleggen, in de praktijk dus speelgoed zonder camera. Heeft je drone een camera, ga er dan van uit dat registratie voor jou geldt.
In Nederland registreer je je bij de RDW, online, meestal binnen een kwartier. Het exploitantnummer is een bepaalde periode geldig en moet verlengd worden, dus noteer de vervaldatum. Je mag je maar in een EU-land registreren en het nummer werkt in de hele Unie. Controleer bij de RDW en ILT welke gegevens en kosten precies gelden, want de uitvoering verschilt per land.
Stap 3: zet je exploitantnummer op de drone
Het nummer in een database hebben staan is niet genoeg. Je moet het fysiek op de behuizing aanbrengen, zichtbaar zonder dat er iets gedemonteerd hoeft te worden, en je voert het in in het Remote ID-systeem als je drone dat ondersteunt.
De eenvoudigste oplossing is een sticker of een permanente markering op de onderkant van de body. Heb je meerdere drones, dan komt het nummer op elk toestel, want ze horen allemaal bij dezelfde exploitant. Je vult het ook in in de app van de fabrikant, onder Remote ID of exploitantidentificatie. Doe dit meteen na je registratie, zodat je het niet vergeet, want bij een controle wordt precies naar die sticker en die Remote ID-uitzending gekeken.
Stap 4: haal het A1/A3-bewijs van bekwaamheid
Vliegen in de open categorie vraagt een bewijs van bekwaamheid. De online basistraining en het A1/A3-examen zijn in de meeste EU-landen gratis en je legt ze op afstand af, zonder de deur uit te gaan.
Het A1/A3-examen gaat over regelgeving, vliegveiligheid, luchtruimbeperkingen, privacy en basismeteorologie. Er komen geen vragen over stuurtechniek in voor, want het is een kennistoets en geen praktijkexamen. Als je de stof eerst doorneemt, haal je het in een middag.
Het A2-bewijs is een apart verhaal en heb je pas nodig zodra je met een zwaardere C2-drone dichter bij mensen wilt vliegen. Om te beginnen, zeker met een C0- of C1-drone, is A1/A3 genoeg. Het bewijs wordt erkend in alle landen die de EASA-regels toepassen, dus je hoeft het niet over te doen als je op reis gaat.
Stap 5: regel een aansprakelijkheidsverzekering
Je bent persoonlijk aansprakelijk voor schade die je drone veroorzaakt, met je eigen vermogen. Een aansprakelijkheidsverzekering legt dat risico bij een verzekeraar en kost op jaarbasis weinig.
In sommige EU-landen is een aansprakelijkheidsdekking verplicht voor elke exploitant, in andere pas boven een bepaald dronegewicht of voor commerciële vluchten. Controleer dit bij ILT, want juist op dit punt lopen de regels tussen landen sterker uiteen dan op de meeste andere gebieden.
Los van de wettelijke plicht is het het overwegen waard. Ook een lichte drone kan een autoruit breken of iemand verwonden, en de schade daarvan is vele malen hoger dan de premie. Een cascoverzekering, die schade aan de drone zelf dekt, koop je apart en is een keuze, geen verplichting.
Stap 6: werk de firmware bij en kalibreer
Een nieuwe drone komt vrijwel nooit met actuele software uit de doos, en sommige modellen stijgen simpelweg niet op tot je de update hebt geïnstalleerd. Doe dit thuis, op een stabiele verbinding, met opgeladen accu’s.
De update betreft meestal het toestel, de afstandsbediening en de accu’s afzonderlijk, en het geheel kan een kwartier tot een uur duren. Onderbreek het niet en haal er halverwege geen stroom af. Kalibreer daarna het kompas en de IMU volgens de instructies van de fabrikant, weg van metalen constructies, auto’s en hoogspanningsleidingen.
Laad alle accu’s en de afstandsbediening volledig op, maar laat ze niet wekenlang vol staan, want daar houden LiPo-accu’s niet van. Controleer of de geheugenkaart erin zit en of er ruimte vrij is.
Stap 7: check de geografische zones en kies een plek
De laatste stap voor je de deur uitgaat is het vinden van een plek waar je legaal mag vliegen. Installeer de app waarmee je in Nederland geografische zones controleert en bekijk je omgeving voordat je een startpunt vastlegt.
Geografische zones zijn gebieden met beperkingen voor drones: de omgeving van luchthavens, militaire terreinen, natuurgebieden, stadscentra en locaties met kritieke infrastructuur. Sommige zijn helemaal gesloten, andere vragen een melding of een toestemming. De app laat ook tijdelijke zones zien, die alleen op bepaalde uren actief zijn.
Kies voor je eerste vlucht een open veld of een weiland buiten elke zone, ver van mensen, wegen, hoogspanningsleidingen en gebouwen. Zones controleer je voor elke vlucht opnieuw en niet eenmalig, omdat tijdelijke zones veranderen.
Veelgestelde vragen
Moet ik elke drone apart registreren?
Nee. Je registreert je een keer als exploitant en krijgt een nummer dat al je drones dekt. Je moet dat nummer wel op elk toestel aanbrengen en in de instellingen van elke drone invoeren. Registratie van een afzonderlijk luchtvaartuig geldt alleen voor zwaardere toestellen in de gecertificeerde categorie, en daar vallen consumentendrones niet onder.
Hoelang duren alle formaliteiten bij elkaar?
De registratie als exploitant kost een kwartier, de training en het A1/A3-examen kosten een middag en een verzekering koop je online in enkele minuten. Firmware bijwerken en kalibreren duurt een half uur tot twee uur, afhankelijk van het model. Realistisch heb je van doos openen tot vliegklaar een vrije dag nodig, en bijna alles doe je maar een keer.
Mag ik met een drone onder 250 gram helemaal zonder formaliteiten vliegen?
Nee. Onder 250 gram blijven scheelt je vooral het A2-bewijs en laat je dichter bij mensen vliegen in subcategorie A1, maar registratie als exploitant blijft gelden zodra de drone een camera heeft. Ook de geografische zones, de hoogtegrens van 120 meter en de plicht om je drone in zicht te houden gelden onverkort.
Zijn bewijzen uit het ene EU-land geldig in het andere?
Ja. Het A1/A3-trainingsbewijs en het A2-bewijs worden erkend in alle landen die de EASA-regels toepassen, en je exploitantnummer werkt in de hele Unie, ook al registreer je je alleen in je woonland. Wat wel verschilt zijn de nationale geografische zones, verzekeringseisen en meldingsprocedures, dus bekijk de lokale zonekaarten als je op reis gaat.
De volgende stap
Werk de lijst af en vink alles af: klasse, registratie, nummer op de behuizing, A1/A3-examen, verzekering, firmware, kalibratie, zones. Als dat rond is, ligt alles klaar en rest alleen de vlucht zelf nog. Zeggen termen als open categorie, subcategorie A1 of VLOS je nog niets, lees dan eerst de introductie voor beginners. Voor de voorbereiding op het A1/A3-examen gebruik je de gidsen en de oefentrainer op dronexamine.
Wil je slagen voor je drone-examen?
Leer met de interactieve cursus, oefen met vragen afgestemd op EASA en doe proefexamens. Begin gratis.
Naar de cursus →Gerelateerde artikelen
Drone registreren bij het RDW: zo doe je dat
In Nederland registreer je je als drone-exploitant bij het RDW. Je krijgt een exploitantnummer dat op elke drone moet. Lees wie zich moet registreren en hoe.
Je eerste drone kiezen: waar let je op?
Bij je eerste drone let je op gewicht, C-klasse, vliegtijd en de bewijzen die je nodig hebt. Ontdek welke keuzes je regels en vrijheid bepalen voordat je koopt.
De complete checklist voor je drone voor de vlucht
Een goede preflight-checklist voorkomt de meeste incidenten door accu, omgeving, regelgeving en instellingen vooraf te controleren. Ontdek welke punten je nooit overslaat.